Artikel uit Eindhovens Dagblad van 20-09-2001

Oude meester in Australië

Door Peter van Vlerken

Donderdag 20 september. Terwijl de kunst van de aboriginals hot is in Nederland, probeert Jos Kivits het in -Australië met schilderijen in de trant van de oude Hollandse meesters. Onze verslaggever zocht de voormalige Eindhovense textielhandelaar op in Sydney.

Landschappen, stillevens, portretten, een enkel naakt. Het werk dat fijnschilder Jos Kivits in Australië laat zien, ademt de sfeer van de zeventiende eeuw in Holland. Schilderijen in gouden lijsten, gemaakt in het tempo van iemand die geen haast heeft.

Als we hem opzoeken in zijn atelier in Hornsby, even ten noorden van Sydney, heeft de schilder zelfs een winterpauze ingelast. Kou, daar kan hij niet tegen. Dat kon hij als kind al niet, vertelt hij. Als het speelkwartier was en de jeugd zich vermaakte met sneeuw en ijs, leed hij fysieke pijn. En later, toen schilderen vooral stilzitten betekende, vielen bij lage temperaturen zijn tenen bijkans af.

Hij zal een jaar of 10 zijn geweest, denkt Jos Kivits, toen hij voor het eerst kennis maakte met schilderkunst. Dat was in Eindhoven, waar zijn vader aan de Scherpakkerweg een textielgroothandel dreef. Bij een klant zag hij een zeegezicht. 'Waauw...' De nu 56-jarige Kivits kan zich zijn reactie nog herinneren. Het schilderen werd een hobby. 'Ik denk dat bijna alles begint met een hobby.'

Veel meer dan een hobby kon het niet zijn, want er was de textielgroothandel. In ondergoed, vooral. 'We verkochten hoofdzakelijk aan marktkooplui. Een omzet van meer dan een miljoen, niet slecht voor die tijd. Maar het was mijn roeping niet. Geldmaken heeft mij nooit gelegen. Mijn vader was altijd kwaad op mij. Je bent altijd aan het prutsen, zei hij dan, je bent een prutser.'



Verknipt

De Kivitsen, dat was geen familie van kunstenaars. Jos houdt de stamboom bij. Hij komt veel priesters en zelfs enkele bisschoppen tegen. Daar komt zijn zucht naar religie vandaan, vermoedt hij. Ergens loopt een lijntje van hem naar Peelzwerver en levenskunstenaar Grard Sientje, maar daar houdt het mee op.

Toen de schilder/hobbyist op het punt stond naar de academie te gaan, werd zijn vader ziek en nam hij diens handel over. Tien jaar zat hij in de textiel, daarnaast probeerde hij het schilderen onder de knie te krijgen. Les kreeg hij van Cees Le Mair, die verbonden was aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.

'Maar ik wist dat als ik in Nederland zou blijven, ik als schilder nooit een poot aan de grond zou krijgen en levenslang een verknipte figuur zou zijn tussen de textielhandel en de kunst.' In 1973 emigreerde hij - naar Nieuwzeeland in eerste instantie - om zich te kunnen toeleggen op het schilderen.

Er waren nog andere redenen. Kivits en zijn vrouw hadden kinderen. Nederland vond hij te vrij om ze er te laten opgroeien. 'Te vrij in morele zin. Het was de hippieperiode en ik was geen hippie. Als het erop aankwam was ik puriteins. Nieuwzeeland lag geïsoleerd, een andere wereld.'

'Vijf jaar heb ik me daar geconcentreerd op het schilderen.' Ondanks de verre steun van Cees Le Mair, wilde het in het begin niet erg lukken. 'Het ene na het andere schilderij kukelde ik uit het raam. Al het geld dat ik in de textiel verdiend had, ging eraan. We kwamen aan in Nieuwzeeland met twee auto's, een schilderijen- en een antiekverzameling en een stapel Perzische tapijten. Op zeker moment waren we alles kwijt, flatbroke, zoals ze dat hier zeggen.'

Wonder boven wonder begonnen kort daarna zijn schilderijen te lopen. 'Ik had een paar goede exposities. Ik vond het fijn dat mensen mijn schilderijen begonnen te kopen. Maar wat moest ik met het geld? Mensen zeiden: als je het niet goed investeert, verdwijnt het. Ojee, dacht ik, ojee... Geld bezitten is bij mij altijd gepaard gegaan met zorgen.'



Imperiumpje

Voornamelijk vanwege de hogere temperaturen verruilde hij Nieuwzeeland voor Australië. Op de hoek van een winkelblok in Hornsby lijken Kivits en zijn gezin een klein imperium te hebben opgebouwd. Zijn vrouw drijft een juwelierszaak, een van zijn twee dochters een galerie, een van zijn twee zonen een opaalhandel. Met geld heeft zijn imperiumpje niets te maken, benadrukt hij. Hij heeft gewoon zijn gezin graag om zich heen.

Ook Kivits zelf houdt zich naast het schilderen met edelstenen bezig. Hij laat een paar kostbare stukken opaal zien. 'Absolutely fascinating. Ze herinneren me aan iets dat met zeldzaamheid en schoonheid te maken heeft. Opaal is duurder dan diamant. Maar eigenlijk is zo'n steen niks waard. Hij is alleen maar mooi in the eye of the beholder.'

Australiërs zijn niet in opaal geïnteresseerd. Het buitenland des te meer. Hetzelfde geldt voor kunst. Werk van de aboriginals, noch van anderen zoals Jos Kivits mag op brede belangstelling rekenen. 'Als het om kunst gaat, lijkt Australië op een onbewoond eiland. De mensen hier zijn gek op sport. Daar wordt verschrikkelijk veel geld in gestoken. Maar voor de rest... Barbecuen doen ze ook graag.'

Het deert Kivits niet. Integendeel, lijkt het. Hij noemt de Australiërs joviaal en amicaal. 'En ze hebben het niet hoog in de bol.' Dat ze helemaal niks van kunst willen weten en hij destijds weer van nul af aan moest beginnen in Sydney, geen probleem. 'Mijn vrouw en ik zijn vreemde mensen. Kluizenaars. We gaan met niemand om, hebben geen vrienden. We hebben het veel te druk.'

Niettemin had hij een paar maanden geleden in de galerie van zijn dochter - 'zodoende blijft al het geld in de familie' - een goedbezochte tentoonstelling waar hij tevreden op terugkijkt. Bijna al zijn werk ging de deur uit, het duurste stuk voor omgerekend ongeveer 45.000 gulden. 'Gewoon verkocht aan mensen met een heel groot huis en veel muren waar iets aan moet hangen.'

De Australiërs kennen hem niet en dat zegt hij het liefst zo te houden. 'Eigenlijk zou ik willen dat niemand weet wie die schilderijen maakt. Ikzelf ook niet, zodat ik voor mijn werk zou kunnen staan en denken: dat heeft-ie goed geschilderd.'

Vroeger vond hij dat niet van zijn schilderijen, tegenwoordig wel. Dertien jaar nadat Kivits was begonnen te schilderen onder Cees Le Mair, kwam deze hem in Sydney zijn diploma brengen van de Antwerpse academie. 'Dat was heel bijzonder. Het moet nog ergens liggen.' Ook dat interesseert de Australiërs trouwens niks, dat hij een diploma heeft.

Wat hem betreft kan zijn werk worden ingedeeld bij het romantisch realisme. 'Zo zou ik mezelf ook omschrijven: als een romantisch realist.' Geïnspireerd op de oude Hollandse meesters. Iets feller van kleur misschien. Het licht is veel sterker in Australië dan in Nederland. Dat werkt door. 'Ik ben een colorist. Maar aan de andere kant zitten de okers en ombers van mijn Nederlandse afkomst nog ergens in het onderbewustzijn. Ik schilder wat ik voel.'

Hij heeft wel eens geprobeerd op een andere manier te schilderen. Uitbundig lachend: 'Zoals Appel doet. Maar dat is lang geleden hoor!' Zich verontschuldigend voor zijn persoonlijke mening: 'Die hele Cobra-stijl vind ik een geweldige joke. Om dat werk te kunnen presenteren, moet je een wel heel goede marketing hebben. Ik zou zoiets niet in mijn kamer willen hebben, maar ik zie het wel voor me in directiekamers van hypermoderne kantoorpanden. Zo'n groot, kleurvol, abstract schilderij geeft kracht aan de directeur. Een romantisch schilderij zou de directeur zwak maken, denk ik. Mijn schilderijen zijn kabinetstukjes. Ze horen in een huis, in een slaapkamer, wie weet...'



Trots

Australië mag zich dan nauwelijks iets gelegen laten liggen aan kunst, kleurrijk, fris en optimistisch gaat het aan de andere kant ook niet gebukt onder de loden last van Europese culturele erfenissen. De Australiërs maken onbezwaard hun eigen toekomst, no worries.

Jos Kivits ziet wel wat in die theorie, al voelt hij niet de adem van Rembrandt, Jan Steen, de achttiende en de vroege negentiende eeuwse schilders in de nek. 'Het maakt me eerder trots. Wij hadden ze toch maar en zij hadden ze niet.'

'Ik zou me kunnen voorstellen dat ik de last van culturele erfenissen uit Nederland zou ervaren als ik de competitiedrang van een sporter in me zou hebben. Maar ik wil niet de beste of de snelste zijn. Ik wil helemaal niks. Het kunstenaarschap is een ambacht, meer niet. Zo zie ik dat.'

Als iets in Nederland hem heeft gehinderd dan is het het Nederlandse kunstenaarsklimaat. Neem nou Anton Heijboer. 'Ik vind het erg als je het met vijf vrouwen moet houden om je schilderijen te verkopen. Zoals het op mij overkomt is het bij veel Nederlandse kunstenaars een kwestie van: hoe vreemder ik me gedraag, hoe meer ik word geobserveerd en gewaardeerd. In Nederland is kunst een happening en zijn kunstenaars publieke figuren.'

Over straat lopend in Sydney, zegt Jos Kivits, heeft niemand in de gaten dan hij kunstenaar is. Dat is wel zo rustig. Heel af en toe spreekt iemand hem aan op zijn werk. Niet slecht geschilderd, zeggen ze dan. Dat is hem als compliment meer dan genoeg. Meer werk van Jos Kivits is te zien op zijn website:
www.kivits.com