interview met Jos kivits, Kunstschiilder.

Gouden Eeuw herleeft in Wahroonga
In 1973 verkocht hij have en goed en vertrok naar de andere kant van de wereld. Om in alle rust te kunnen schilderen. Jos Kivits, inmiddels 54 jaar, zet onder de felle Australische zon de traditie van de Gouden Eeuw voort. Stillevens, landschapjes, zeegezichten en portretten, zoals de oude Hollandse meesters ze maakten, maar dan nieuw.-

Door HANS GULPEN

SYDNEY - Je vindt hem onder de trefwoorden 'dutch' en 'painters' op het Internet. Zo kruiste ik zijn pad althans. Toevallig, op zoek naar iets anders, zoals dat zo vaak gaat op de elektronische snelweg.

'Jos Kivits, still lifes in the fashion of the Dutch seventeenth century', staat er.

Bezoek je zijn website, dan ben je opeens in Wahroonga, een buitenwijk van Sydney, Australië. Daar woont en werkt hij, blijkens een korte biografische schets die wordt gelardeerd met fotootjes van zijn schilderijen. De eerste keer dat je zijn werk ziet, waan je je in het Rijksmuseum: mollige Rubensiaanse schonen, Paulus Potter-achtige koeien in een Gelders rivierenlandschap, sappige groene weides à la Willem Roelofs, en veel stillevens met bloemen, kannen, kruiken en fruit.

Wie is Jos Kivits? Wat doet hij daar down under? En waarom schildert hij van die klassieke taferelen? Vragen die we schriftelijk aan de schilder voorleggen, op zijn e-mail-adres.

Hoe komt u in Australië terecht?

"Mijn familie zat in de textiel. Ik had een groothandel, in Eindhoven. Maar mijn eerste liefde was de schilderkunst. Ik heb de Kunstnijverheidsschool gedaan en vervolgens nog bij de fijnschilder Cornelis Le Mair gestudeerd. Ik wilde weg uit de textiel en gaan schilderen, ergens, op een plaats waar ik niet werd afgeleid. En waar ik niet weer voor de verleiding van de textiel zou bezwijken als het schilderen niet meteen zou lukken. Mijn emigratie was in zekere zin een vorm van kluizenarij.

"Het avontuur lokte ook wel. Ik had familie in Nieuw-Zeeland. Daar ben ik met mijn vrouw en toen twee kinderen in 1973 naar toe gegaan. Hoewel zich in Nieuw-Zeeland na jaren sappelen een markt voor mijn schilderijen begon af te tekenen, zijn we in 1986 naar Australië verhuisd. We waren de natte, koude en winderige winters in Nieuw-Zeeland zat. Australië heeft mooier weer. Bovendien dacht ik daar meer te kunnen verkopen. Maar dat bleek een vergissing."

Kunt u van het schilderen leven?

"Het gaat op en af. De eerste jaren in Nieuw-Zeeland hebben we alle spaargeld en de opbrengst van de verkoop van de groothandel moeten opsouperen. Soms hadden we niet eens geld om melk voor de kinderen, inmiddels vier stuks, te kopen. Nieuw-Zeelanders bleken niet zo dol op Hollandse schilderijen met vaak sombere kleuren. Ze willen daar landschappen in felle tinten, en dan ook nog het liefst duidelijk herkenbare landschappen waarin ze zelf gepicknickt hebben. Na vijf jaar vechten tegen de bierkaai heb ik een paar van die landscapes gemaakt en die verkochten meteen.

"In Australië bleek het culturele klimaat tot mijn spijt niet veel beter. De enige kunst die ze hier in Sydney tot grote hoogte hebben gebracht, is de kunst van het geld verdienen. Zoveel mogelijk in zo weinig mogelijk tijd. Money talks, is het credo hier.

"In Sydney hebben we beurtelings vette en magere jaren gekend. Ging het weer eens wat beter, dan kochten we antiek en kunst als belegging. Ging het minder, dan werd dat verkocht. In de loop der jaren heeft mijn vrouw zodoende een antiekzaak opgebouwd. Nu is dat een goedlopend familiebedrijfje.

"Ik verkoop mijn schilderijen hier hoofdzakelijk aan rijke mensen die van Europese dingen houden en ook graag naar de opera gaan. Nee, van Nederlandse emigranten met heimwee heb ik niet veel klandizie. Ik schat dat op 2 procent of zo. Ik geloof dat ik dan nog meer via Internet verkoop."

Waarom schildert u in de traditie van de Gouden Eeuw, de impressionisten en de Haagse school? Verwerpt u moderne kunst?

"Ik heb als kunststudent ook modern werk gemaakt, waarbij ik mijn gevoel de vrije loop liet. Verf smijten op een doek, door de verf fietsen, enzovoort; ik heb flink zitten knoeien. Gelukkig heb ik nooit iets gesigneerd, zodat niemand mij er nog mee kan compromitteren.

"Ach, ik heb niets tegen moderne schilderkunst, er zit heel goed werk tussen, maar ik heb geen talent in die richting. Ik vind nu eenmaal die oude meesters mooi. Gelukkig staat daar geen gevangenisstraf op! Het was hoogmoedig, maar toen ik met schilderen in de oude stijl begon, was het mijn doel om met de beste schilders van alle tijden te concurreren. Dat kan natuurlijk niet. Je zou mijn werk het best kunnen omschrijven als een twintigste-eeuwse interpretatie van de stijl uit de Gouden Eeuw, de romantici en de Haagse School. Mijn stillevens bevatten bijvoorbeeld eigentijdse objecten. Mijn werk is ook strakker, scherper en kleurrijker. Dat zie ik als mijn personal touch."

Wie zijn uw favoriete schilders?

"Te veel om op te noemen. Ik ben gezegend, of vervloekt, met een brede smaak. Om er een paar te noemen: Rubens, Chardin, Heda, Waltmuller, Ladell, Sargent, Schelfhout, Isaac Israels, De Brakelaar, Ingres."

Uw techniek lijkt me erg arbeidsinstensief.

"Wat mijn techniek betreft: het principe is hetzelfde als bij het schilderen van een houten deur. Eerst schuren, dan plamuren, de grondverf, een eerste en tweede laag, daarna aflakken. Om diepte te verkrijgen worden verschillende lagen aangebracht. De ondergrondschilderingen moeten meteen goed zijn, want het is bijna niet meer mogelijk om later nog iets veranderen. De schildering moet dus tevoren helemaal worden uitgedacht, anders dan bij een vrij schilderij, dat je net zo lang kunt wijzigen tot je tevreden bent.

"Ik schilder bijna nooit op doek, maar meestal op hout of compositie paneel. Voor doek is het hier veel te vochtig. Oude schilderijen op doek rotten weg of craqueleren kapot door de schommelende vochtigheidsgraad.

"Een gemiddeld stilleven is een tot anderhalve week werk, een landschapje duurt een paar dagen.

Ik maak ongeveer zeventig schilderijen per jaar. Ik houd een logboek bij en daaruit blijkt dat ik onlangs mijn 1800ste stuk heb afgeleverd; 90 procent daarvan is verkocht, de rest hangt hier en daar in galeries."

Bent u duur?

"Helemaal niet! Ik ben veel goedkoper dan mijn collega-fijnschilders in Nederland. Een stilleven van 40 bij 50 centimeter kost rond de 5500 tot 6000 gulden, een stilleven van 60 bij 90 ongeveer 15.000 gulden. Landschappen en portretten kosten over het algemeen minder. De kleinste beginnen rond de 1100 gulden. Het duurste stuk dat ik ooit via een galerie heb verkocht, ging weg voor 29.000 gulden."  ( inmiddels $45,000)

Blijft u in Australië?

"Ja. Zo om de zeven, acht jaar gaan we een week of twee naar Nederland om te zien of alles nog op zijn plaats staat. Dan eet ik twee kroketten en een frikandel en ben ik weer klaar om naar de kangoeroes en koala's terug te gaan.

"Als schilder verlang ik wel eens naar de Hollandse luchten. Er zit niet veel romantiek in een strakblauwe lucht en aleen maar eucalyptusbomen. Maar daar staat tegenover dat het klimaat heerlijk is. Net de Rivièra. Wonen in Australië is het best bewaarde geheim te wereld."

Naar schilderijen gallery